Anne Maria heeft zich voor haar afstuderen verdiept in archiefstukken uit het laatste decennium van de veertiende eeuw. Van 1389 tot 1404 regeerde graaf Albrecht van Beieren (1336-1404) voornamelijk vanuit Den Haag waar zich door zijn resideren een hofcultuur ontwikkelde. Hij liet een tresorier – het hoofd van de financiële administratie – rekeningen bijhouden van alle uitgaven die voor de Haagse hofhouding werden gedaan. Aan de hand van deze Middelnederlandse rekeningposten kan de consumptie van kunst en cultuur aan het Haagse hof gereconstrueerd worden. Er zijn zowel betalingen aan ambachtslieden als betalingen aan kooplieden terug te vinden. Publicatie in Oud-Holland 2012 te verschijnen: ‘‘Dair hi tgout ende sulver toe dede’. Haagse hofrekeningen in kunsthistorisch onderzoek.’

Het promotieonderzoek is ondertussen goed op gang. Niet alleen de Middelnederlandse rekeningboeken opgeschreven onder alle graven uit het Beierse huis (1343-1433) zullen worden bestudeerd, ook de Franse rekeningboeken bijgehouden in het graafschap Henegouwen en de paar overgeleverde rekeningen uit het hertogdom Beieren-Straubing worden bij het onderzoek betrokken. Holland, Zeeland, Henegouwen en Beieren-Straubing vormden een personele unie en werden bestuurd door graaf Albrecht en zijn nazaten. Anne-Maria is haar onderzoek begonnen met het bestuderen van de rekeningen opgeschreven in de eerste drie decennia van de vijftiende eeuw toen Willem VI, Jan en Jacoba van Beieren regeerden. De eerste resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd op 9 maart 2012 op het congres ‘Jan van Eyck terug in Den Haag?’ in Museum Meermanno in Den Haag.